Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 januari 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een GGz-accommodatie.
Uit de stukken en de zitting bleek dat de crisis die aanleiding gaf tot de oorspronkelijke maatregel niet langer voortduurt. Betrokkene is bereid tot vrijwillig verblijf en samenwerking met de hulpverlening, hetgeen door de psychiater wordt bevestigd. De verwonding aan betrokkene's hand vereist medische behandeling, maar vormt geen reden voor verplichte zorg.
De rechtbank concludeert dat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer is dat alleen door verplichte zorg kan worden afgewend. Minder bezwarende alternatieven, zoals vrijwillige medicatie, zijn beschikbaar. Daarom wordt het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens bereidheid tot vrijwillig verblijf en samenwerking.