Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partijen
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de ten laste gelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van fysieke en psychische mishandeling van zijn minderjarige zoon en fysieke mishandeling van zijn minderjarige dochter in de periode van 2019 tot 2022.
De officier van justitie baseerde zijn vordering op verklaringen van de kinderen, zorgmeldingen, politieconstateringen en gedragsobservaties, en vorderde een werkstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een contact- en locatieverbod. De verdediging betwistte de bewijsvoering en stelde dat de beschuldigingen voortkomen uit een civielrechtelijk geschil tussen verdachte en zijn ex-echtgenote.
De rechtbank oordeelde kritisch over de verklaringen van de kinderen, gezien de gezinsdynamiek en mogelijke loyaliteitsconflicten. Objectief bewijs ontbrak of was onvoldoende overtuigend. Incidenten met letsel konden niet met zekerheid aan verdachte worden toegerekend. De gedragsproblemen van de zoon konden ook andere oorzaken hebben.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De schadevorderingen van de kinderen werden niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling van zijn minderjarige zoon en dochter wegens onvoldoende bewijs.