Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3] BV,
[gedaagde 4] BV,
[gedaagde 5] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 178.514,85resteert.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
MB Equine Consultancy vordert betaling van bedragen en nakoming van een vaststellingsovereenkomst met betrekking tot paarden en onroerend goed, waaronder de verkoop van het paard [paard 2]. De vaststellingsovereenkomst dateert van 2014 en regelt onder meer terugbetaling van een lening en eigendom van paarden.
MB stelt dat betalingen door [gedaagde 5] BV niet bevrijdend waren omdat deze aan de verkeerde partij zijn gedaan, terwijl [gedaagde 5] BV zich beroept op bevrijdende betaling. De rechtbank oordeelt dat de betalingen wel bevrijdend waren, mede vanwege de bijzondere relatie tussen [naam 1] en MB en het stilzwijgen over verkeerde betaling.
Daarnaast beroept [gedaagde 5] BV zich succesvol op verrekening met een schadevordering wegens onterecht gelegde conservatoire beslagen op het paard [paard 2]. Hierdoor wordt de betalingsvordering afgewezen. Ook vorderingen tot verkoop van het paard en schadevergoeding worden afgewezen omdat MB geen deelgenoot is van het eigendom en de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden.
Ten slotte wordt MB veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter Van der Weide op 3 april 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van MB af en veroordeelt MB in de proceskosten.