Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 maart 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure inzake een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, geboren in 1988, op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd).
Cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap gecombineerd met een psychische stoornis, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel voor anderen, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de algemene veiligheid. Het verzoek tot opname en verblijf is noodzakelijk om dit ernstig nadeel te voorkomen, mede gezien eerdere escalaties thuis en een inbewaringstelling in september 2023.
Cliënt verzet zich tegen opname maar toont ambivalentie; zijn moeder en zorgverleners benadrukken het ontbreken van een geschikte woonzorglocatie en de noodzaak van voortzetting van de zorg. De rechtbank oordeelt dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en verleent de machtiging voor zes maanden, met het oog op het vinden van een passende vervolgplek.
De beschikking is mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend wegens ernstig nadeel en ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.