Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
13 maart 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 maart 2024 een opvolgende rechterlijke machtiging verleend voor de duur van zes maanden aan een cliënt met Lewy body dementie, wonende in een zorgaccommodatie. Het verzoek tot machtiging werd ingediend door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om opname en verblijf te continueren.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door zijn psychogeriatrische aandoening, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing. De cliënt verzet zich tegen de opname en het verblijf, en maakt pogingen om onbegeleid de zorgaccommodatie te verlaten. De zorgcoördinator en arts bevestigden het ziektebeeld en de noodzaak van de machtiging, mede vanwege het risico op fysieke agressie bij tegenhouden.
De advocaat van de cliënt pleitte primair voor afwijzing van het verzoek, verwijzend naar de wens van de cliënt om niet in de zorgaccommodatie te verblijven. Subsidiair erkende hij het ziektebeeld en het ernstig nadeel, en liet hij het oordeel aan de rechtbank over. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke criteria van artikel 24 Wzd Pro is voldaan en verleende de machtiging tot en met 4 september 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging voor opname en verblijf voor de duur van zes maanden.