Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 februari 2024 een beschikking gegeven omtrent het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro voor betrokkene, geboren in 1993. Betrokkene verblijft in een GGZ-accommodatie en wordt behandeld vanwege een psychotisch toestandsbeeld met toenemende achterdocht en dreigend gedrag.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden in de separeerruimte waar betrokkene verbleef, werden betrokkene, een arts in opleiding tot specialist, een psychiater, een begeleider en een beveiliger gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig. De arts en psychiater bevestigden de noodzaak van voortzetting van de crisismaatregel vanwege het risico op agressie en ernstig nadeel, ondanks dat betrokkene sinds kort weer meewerkt aan medicatie.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door gedrag voortvloeiend uit de psychische stoornis. De noodzakelijke zorg omvat onder meer medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, lichamelijk onderzoek en opname in een accommodatie. Andere vormen van verplichte zorg werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
Betrokkene verzette zich tegen de zorgmaatregelen vanwege de beperkingen in vrijheid, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De rechtbank achtte de verplichte zorg evenredig en effectief en verleende de machtiging tot en met 28 februari 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 28 februari 2024.