Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 februari 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die klinisch was opgenomen na een suïcidepoging. Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene aanwezig met haar advocaat en werd een psychiater in opleiding gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
Betrokkene gaf aan dat zij onder grote druk stond door werk en opleiding en een suïcidepoging had gedaan, maar inmiddels wil zij haar leven voortzetten en verwacht dat de crisissituatie zich niet zal herhalen. De psychiater in opleiding stelde dat nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over de psychische toestand, maar dat op dit moment geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel aanwezig is. De advocaat van betrokkene voerde aan dat de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel niet zijn vervuld.
De rechtbank concludeerde dat door de klinische opname en geboden zorg niet langer sprake is van de vereiste situatie van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom afgewezen. Betrokkene wordt wel geadviseerd alert te blijven op stressvolle situaties en tijdig hulp te zoeken.
De beschikking is op 7 februari 2024 mondeling gegeven en op 19 februari 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.