ECLI:NL:RBZWB:2024:2204

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
5 april 2024
Zaaknummer
RK 23-018627
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 lid 1 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot in strafzaak

De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 20 maart 2024 een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand na een sepotbeslissing in een strafzaak. Verzoeker had een bedrag van €3.162,11 gevorderd voor kosten rechtsbijstand en €340,00 voor de kosten van het verzoekschrift. Het Openbaar Ministerie stelde een lagere vergoeding voor van €3.032,50 wegens vermindering van de uren na het sepot.

De rechtbank overwoog dat de uren besteed vóór het sepot voldoende waren onderbouwd en redelijk waren. Voor de uren na het sepot achtte zij een vergoeding van 0,5 uur billijk, omdat advocaten na een sepot nog werkzaamheden moeten verrichten zoals cliëntinformering en dossierafsluiting. De rechtbank wees het verzoek toe tot een totaalbedrag van €3.032,50 voor rechtsbijstandskosten en €340,00 voor de kosten van het verzoekschrift.

De beslissing werd genomen zonder aanwezigheid van verzoeker en zijn advocaat, die instemden met een pro-formabehandeling. De rechtbank bepaalde dat het toegekende bedrag wordt overgemaakt aan Stichting Beheer Derdengelden OJV advocaten te Roosendaal. Tegen deze beslissing kan binnen de wettelijke termijnen hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot gedeeltelijk toegewezen tot €3.372,50.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-029583-23
raadkamernummer : 23-018627
datum : 20 maart 2024
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.A. Oliemans advocaat te Roosendaal, (Brugstraat 44, 4701 LJ Roosendaal),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 3.162,11, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving van sepot van 8 mei 2023;
  • de gewijzigde schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 15 maart 2023;
  • de telefonische en schriftelijke reactie van de advocaat van 19 maart 2023.
Het Openbaar Ministerie heeft op 15 maart 2024 haar aanvankelijk schriftelijke conclusie herzien, in die zin dat het verzoek kan worden toegewezen tot een bedrag ter hoogte van
€ 3.032,5 (vermindering van de kosten na sepotbeslissing tot een 0,5 uur), te vermeerderen met de forfaitaire kosten voor de indiening dan wel behandeling van het verzoek.
De rechtbank heeft naar aanleiding van de herziene schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie aan de advocaat van verzoeker gevraagd of verzoeker - wegens het geringe verschil tussen de verzochte vergoeding en het door het Openbaar Ministerie toewijsbaar geachte bedrag - akkoord gaat met een pro-formabehandeling, waarbij hij en verzoeker niet in raadkamer hoeven te verschijnen.
De advocaat heeft telefonisch en in een schriftelijke reactie op de herziene conclusie van het Openbaar Ministerie te kennen gegeven de vermindering als door het Openbaar Ministerie voorgesteld voor lief te nemen en in te stemmen met een pro forma behandeling van het verzoek. Daarbij heeft hij ten behoeve van de rechtbank het verzoek nog nader onderbouwd door kort uiteen te zetten waarom in de onderliggende strafzaak de noodzakelijk juridische begeleiding van verzoeker de nodige tijd heeft gevraagd.
De rechtbank heeft het verzoekschrift op 20 maart 2024 in openbare raadkamer behandeld, waarbij de officier van justitie mr. J.A. Castelijn is verschenen. Verzoeker en de advocaat zijn hierbij niet verschenen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek kan worden toegewezen tot een bedrag ter hoogte van € 3.032,50. Daarbij heeft hij de uren die na sepot zijn geschreven teruggebracht tot 0,5 uur.
De rechtbank is van oordeel dat de gedeclareerde uren die vóór het sepot aan de zaak zijn besteed, in voldoende mate zijn onderbouwd en redelijk en billijk voorkomen. Ten aanzien van de gedeclareerde uren ná sepot overweegt de rechtbank dat het evident is dat advocaten na een kennisgeving sepot nog handelingen moeten verrichten om een procedure af te sluiten. Hieronder vallen altijd het informeren van de cliënt en het hiervoor al genoemde sluiten van het dossier. De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat een tijdsbesteding van 30 minuten als billijk kan worden aangemerkt voor deze nakosten. Zij heeft bij de bepaling van dit uitgangspunt rekening gehouden met de informatie uit urenspecificaties die haar ambtshalve bekend is. Een tijdsbesteding tot en met 30 minuten komt daarom voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal in totaal een bedrag van € 3.032,50 aan kosten van rechtsbijstand toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.372,50, bestaande uit:
- € 3.032,50 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.372,50zal worden overgemaakt op [rekeningnummer]
ten name van Stichting Beheer Derdengelden OJV advocaten te Roosendaal, onder vermelding van “ [verzoeker] /OM 530 Sv”.
Deze beslissing is op 2 april 2024 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).