Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 24 juli 2021 vond in een plaats een feest plaats waarbij politie moest ingrijpen vanwege geluidsoverlast en overtreding van coronamaatregelen. Jongeren werden gevorderd naar huis te gaan, maar velen gehoorzaamden niet. Tijdens het incident werd een politieagent mogelijk geraakt door een steen. Verdachte werd aangehouden nadat hij de politie had beledigd.
De rechtbank overwoog dat voor het plegen van openlijk geweld een wezenlijke of significante bijdrage aan het geweld vereist is. De aanwezigheid in een groep die geweld pleegt is niet voldoende. Uit bodycambeelden en verklaringen bleek dat verdachte niet betrokken was bij het gooien met stenen en al was aangehouden voordat stenen werden gegooid op een andere locatie.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen voor openlijk geweld en sprak hem vrij. De verdediging en het OM hadden beiden vrijspraak bepleit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van een wezenlijke bijdrage aan openlijk geweld tegen politieagenten.