Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
te rijden door, onvoldoende rechts te houden en meermalen een doorgetrokken streep te overschrijden en met vier wielen te rijden op de weghelft van genoemde weg, bestemd voor het voor hem tegemoetkomende verkeer en daarbij onvoldoende zijn aandacht gericht te houden op het zich voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte en verkeer en niet uit te wijken voor het voor hem, verdachte, tegemoetkomende verkeer waardoor [slachtoffer] werd gedood.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
[benadeelde]vordert een schadevergoeding van
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden, waarvan 4 (vier) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 3 (drie) jaar;
[benadeelde] van € 3.190, =aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
[benadeelde] , € 3.190,=te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
41 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;