Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaken
2.De tenlasteleggingen
feit 3: een muts heeft gestolen van [slachtoffer 3] .
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
aanhen af moest geven’, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
envergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het in zaak C onder 5 tenlastegelegde feit;
personen;
een jeugddetentie van 2 (twee) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat:
van rechtswege de volgende voorwaardengelden:
een werkstraf van 140 (honderdveertig) uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
70 (zeventig) dagen;