Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[de vader](hierna te noemen: de vader),
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de Stichting Jeugdbescherming West Zeeland tot een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2007 en 2011, wegens ernstige zorgen over hun veiligheid en welzijn binnen het gezin.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een onveilige en onrustige thuissituatie, mede door beschuldigingen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag binnen het gezin. De minderjarigen verblijven momenteel in een pleeggezin waar zij meer rust ervaren. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de situatie thuis wordt als te onveilig beoordeeld.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor een machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld en wijst het verzoek toe voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling tot 25 april 2024. Tevens wordt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de zorg en veiligheid van de kinderen te waarborgen.
De GI wordt opgeroepen de communicatie met de ouders te verbeteren en de ouders worden aangespoord positief mee te werken aan de hulpverlening en het herstel van rust binnen het gezin. De kinderrechter benadrukt het belang van duidelijkheid over het verleden en de benodigde hulp voor de minderjarigen.
Uitkomst: De kinderrechter verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen tot 25 april 2024 en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.