Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de akte van [gedaagde].
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak stond centraal of de verhuurder de tegemoetkoming voor energiekosten, ontvangen op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling energieprijzen kleinverbruikers 2022, moest doorbetalen aan de huurder die geen eigen energieaansluiting had. De huurder gebruikte een tussenmeter en ontving zelf geen directe tegemoetkoming van de overheid.
De huurder vorderde betaling van de tegemoetkoming en een bedrag wegens vermeende onterecht ingehouden waarborgsom. De verhuurder stelde dat zij geen verplichting had de tegemoetkoming door te betalen, omdat de regeling alleen gold voor huishoudens met een eigen aansluiting en er geen afspraken waren gemaakt over doorbetaling.
De kantonrechter stelde vast dat de huurder onvoldoende had onderbouwd dat redelijkheid en billijkheid een doorbetaling zouden vereisen. De aparte subsidieregeling voor huurders zonder eigen aansluiting bevestigde dit. Wel werd het resterende deel van de waarborgsom, na verrekening van schade waarvoor de verhuurder geen beroep meer deed, aan de huurder toegewezen met wettelijke rente en een redelijke vergoeding van incassokosten.
De verhuurder werd veroordeeld tot betaling van € 634,03 plus wettelijke rente en proceskosten, terwijl het verzoek tot doorbetaling van de energietegemoetkoming werd afgewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De verhuurder hoeft de energietegemoetkoming niet door te betalen, maar moet een deel van de waarborgsom met rente en incassokosten aan de huurder terugbetalen.