Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
4.Beoordeling
5.Beslissing
[cliënt], geboren op [geboortedag] 1935 te [geboorteplaats] ([geboorteland]);
6 mei 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 20 maart 2024 heeft de burgemeester van de gemeente Hulst een last tot inbewaringstelling afgegeven voor de cliënt, die lijdt aan de ziekte van Alzheimer. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling.
Tijdens de mondelinge behandeling op 25 maart 2024 in de verpleeginstelling werden cliënt, haar advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, de zoon van cliënt, een verpleegkundige en een verzorgende gehoord. Cliënt gaf aan dat het goed met haar gaat, maar wilde een eventuele verlenging eerst met haar echtgenoot bespreken. De advocaat en zoon benadrukten dat cliënt niet zelfstandig thuis kan wonen en dat voortzetting noodzakelijk is vanwege de zorgbehoefte en veiligheid.
De specialist ouderengeneeskunde lichtte toe dat cliënt niet meer voor zichzelf kan zorgen, er sprake was van verwaarlozing en een groot risico op valgevaar in de thuissituatie, mede doordat de echtgenoot in het ziekenhuis is opgenomen. Cliënt toonde aanvankelijk verzet en agressie, maar is inmiddels meer op haar gemak in de instelling. Verpleegkundige en verzorgende bevestigden dat 24-uurs zorg noodzakelijk is.
De rechtbank concludeerde dat er een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat door levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven en het voortdurende verzet van cliënt, is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en passend. De machtiging wordt verleend voor zes weken tot en met 6 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens ernstig nadeel door de ziekte van Alzheimer.