ECLI:NL:RBZWB:2024:2117
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van de Poll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens voldoende vrijwilligheid betrokkene
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 maart 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Betrokkene verblijft sinds november 2023 vrijwillig bij een zorginstelling en neemt zijn medicatie in. Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat hij geen zorgmachtiging noodzakelijk acht en dat hij de zorg en afspraken met het FACT-team nakomt. De verpleegkundig specialist bevestigde dat het beter gaat met betrokkene en twijfelde aan de noodzaak van een zorgmachtiging.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van ernstig nadeel door de psychische stoornis, maar dat betrokkene de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis accepteert en dat deze vrijwilligheid bestendig is. Gezien het ontbreken van eerdere machtigingen en de ingrijpende aard van een zorgmachtiging, oordeelde de rechtbank dat de wettelijke criteria voor het verlenen van een zorgmachtiging niet zijn vervuld.
De rechtbank wees daarom het verzoek af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens voldoende en bestendige vrijwilligheid van betrokkene.