ECLI:NL:RBZWB:2024:205
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Duinhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige na intrekking
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een voorziening voor pleegzorg voor een periode van zes maanden. De minderjarige was reeds onder toezicht gesteld en woonde bij de pleegmoeder, de oma moederszijde (oma mz), op grond van een eerdere beschikking.
De GI trok het verzoek in via een briefrapportage, omdat er geen signalen van acute onveiligheid waren bij de pleegmoeder en omdat overplaatsingen van de minderjarige zoveel mogelijk beperkt moeten worden. De pleegmoeder werkte mee aan de hulpverlening.
De rechtbank oordeelde dat het ingetrokken verzoek geen beoordeling meer behoeft en wees het verzoek daarom af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door kinderrechter Duinhof op 17 januari 2024. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open via de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een voorziening voor pleegzorg is afgewezen na intrekking van het verzoek door de gecertificeerde instelling.