ECLI:NL:RBZWB:2024:204
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Toekoen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen opschorting en nakoming omgangsregeling met raadsonderzoek
Partijen, voormalige partners met twee minderjarige kinderen, voeren een geschil over de omgangsregeling na hun relatiebeëindiging. De vrouw vordert in kort geding opschorting en beperking van de omgangsregeling wegens zorgen over veiligheid en welzijn van de kinderen, onder meer vanwege huiselijk geweld en recente incidenten. De man betwist deze aantijgingen en vordert de voortzetting van de bestaande omgangsregeling.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de omgangsregeling sinds november 2023 niet wordt nageleefd en dat de verstandhouding tussen partijen ernstig verstoord is. De kinderen willen wel contact met de man, maar onder voorwaarden. De voorzieningenrechter concludeert dat het niet in het belang van de kinderen is om de omgang volledig te schorsen, noch om de oude regeling ongewijzigd te hervatten.
Gezien de gespannen situatie en de nieuwe samenwoning van de man met zijn vriendin, die de kinderen nog niet accepteren, acht de rechtbank een begeleide en geleidelijke hervatting wenselijk. Partijen zijn het eens over het belang van omgang, maar verschillen over de wijze daarvan. De rechtbank wijst de vorderingen af en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten ter ondersteuning van de lopende bodemprocedure, waarbij het rapport voorafgaand aan de mondelinge behandeling dient te worden ingebracht.
Uitkomst: De vorderingen tot opschorting en beperking van de omgangsregeling worden afgewezen en de Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht een onderzoek te verrichten.