ECLI:NL:RBZWB:2024:203
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar per 17 maart 2022 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2023 behandeld en beoordeelt of de medische beperkingen van eiseres juist zijn vastgesteld en of de functies die ten grondslag liggen aan de arbeidsongeschiktheidsschatting geschikt zijn.
De medische beoordeling is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die de beperkingen van eiseres hebben vastgesteld en verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Eiseres heeft aangevoerd dat haar klachten toenemen bij belasting en dat onvoldoende rekening is gehouden met haar pijnklachten en beperkingen, maar de rechtbank acht het medisch onderzoek zorgvuldig en ziet geen aanleiding om de belastbaarheid anders vast te stellen.
De arbeidsdeskundige van het UWV heeft functies geselecteerd die geschikt zijn voor eiseres, waaronder telefonist en administratief medewerker. Eiseres betwist de geschiktheid van deze functies, maar de rechtbank volgt het medisch oordeel en concludeert dat de functies passend zijn. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid komt uit op 8,18%, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 17 maart 2022. Vergoeding van kosten voor het opvragen van medische informatie wordt afgewezen, en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering per 17 maart 2022 wordt bevestigd.