Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres vordert een verklaring voor recht dat een pad over het perceel van gedaagde partijen moet worden aangemerkt als openbare weg in de zin van artikel 4 Wegenwet Pro. Tevens vordert zij dat gedaagden het pad vrijhouden en blokkades verwijderen. Gedaagden voeren verweer en stellen dat eiseres geen belang heeft bij de vordering.
De rechtbank oordeelt dat het pad, ondanks dat het deels over het erf van gedaagden loopt, wel degelijk een weg is en voldoet aan de criteria van een openbare weg zoals bedoeld in artikel 4 Wegenwet Pro. Dit blijkt uit het langdurige gebruik door wandelaars en fietsers, de aanwezigheid van een straatnaambord en verklaringen van omwonenden. Het verweer dat het pad slechts voor bestemmingsverkeer toegankelijk was, wordt verworpen.
Echter, de rechtbank wijst de vordering tot openstelling van het pad af wegens gebrek aan belang. Eiseres heeft onvoldoende gesteld dat zij individueel belang heeft bij het gebruik van het pad, aangezien haar woning ook via een andere weg bereikbaar is. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het pad over het perceel van gedaagden is een openbare weg, maar de vordering tot openstelling wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.