ECLI:NL:RBZWB:2024:1976
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunningaanvraag evenement wegens te late indiening en openbare orde
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van Breda om zijn aanvraag voor een evenementenvergunning voor een evenement op 26 en 27 april 2022 te weigeren. De aanvraag werd aanvankelijk buiten behandeling gesteld wegens te late indiening en onvolledigheid. Na herroeping van dat besluit weigerde de burgemeester alsnog de vergunning op grond van het belang van de openbare orde en veiligheid.
De rechtbank constateert dat de aanvraag voor een C-evenement minimaal 15 weken voor aanvang volledig ingediend moet zijn, terwijl eiser dit pas 6 weken voor het evenement deed. De burgemeester mocht daarom de aanvraag weigeren, mede omdat onvoldoende tijd was voor een zorgvuldige beoordeling van veiligheidsrapporten en plannen.
Eiser voerde aan dat coronamaatregelen, een haperend applicatiesysteem en onvoldoende gemeentelijke capaciteit de vertraging veroorzaakten, en dat hij het evenement tijdig had aangemeld. De rechtbank oordeelt echter dat deze omstandigheden niet rechtvaardigen dat de aanvraag later dan de wettelijke termijn werd ingediend en dat geen sprake was van een gerechtvaardigd vertrouwen op latere behandeling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de evenementenvergunning wordt ongegrond verklaard.