ECLI:NL:RBZWB:2024:1939
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Haerkens-Wouters
- Leppens
- Rechtspraak.nl
Wraking rechter wegens vermeende partijdigheid kennelijk ongegrond verklaard
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Kok, politierechter in twee strafzaken, wegens vermeende partijdigheid en onvolledig dossier. Hij stelde dat het Openbaar Ministerie stukken weigerde aan te vullen en dat een klacht tegen zijn advocaat onterecht werd afgewezen door een griffier die mogelijk familie zou zijn van de rechter.
De wrakingskamer beoordeelde dat de aangevoerde gronden geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid bevatten. De vermeende onvolledigheid van het dossier en het handelen van het OM zijn niet toerekenbaar aan de rechter. Ook de klachtprocedure tegen de advocaat en de vermeende familieband tussen griffier en rechter rechtvaardigen geen wraking.
Omdat dit het tweede wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaken betreft zonder nieuwe motivering, oordeelde de wrakingskamer dat sprake is van misbruik van het wrakingsrecht en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van zaken vóór het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk ongegrond verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van het wrakingsrecht.