Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Stichting Jeugdbescherming west Zeeland,
1.Het verloop van de procedure
- de moeder;
- de partner van de moeder;
- de vader;
- de partner van de vader;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 maart 2024 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van twee minderjarigen voor de duur van negen maanden. De Raad voor de Kinderbescherming had dit verzoek ingediend vanwege zorgen over de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van de kinderen, die klem zitten in een loyaliteitsconflict tussen hun ouders.
De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De minderjarigen wonen bij hun moeder. Ondanks eerdere hulpverleningstrajecten is het niet gelukt om duurzame afspraken te maken, waardoor de kinderen ervaren dat zij niet vrij zijn om van beide ouders te houden. Dit veroorzaakt spanningen, vooral bij de oudste minderjarige, die ook het contact met de partner van haar vader negatief ervaart.
Tijdens de mondelinge behandeling waren alle betrokkenen aanwezig en hebben de kinderen hun mening gegeven. De vader erkende het verzoek en gaf aan gegroeid te zijn in het omgaan met de situatie. De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de situatie te verbeteren.
De kinderrechter gaf de gecertificeerde instelling (GI) de opdracht om met de kinderen te spreken over passende hulpverlening, waarbij de wensen van de oudste minderjarige worden gerespecteerd. Tevens wordt gedacht aan inzet van een vertrouwenspersoon uit het netwerk van de kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten.
Uitkomst: De minderjarigen worden voor negen maanden onder toezicht gesteld wegens een ernstig loyaliteitsconflict tussen de ouders.