ECLI:NL:RBZWB:2024:1775

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
AWB- 24_1003
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank beveelt UWV tot tijdige beslissing en legt dwangsom op wegens overschrijding beslistermijn herbeoordeling

Eiseres heeft op 20 mei 2022 een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het UWV met betrekking tot een belanghebbende. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen. Na ingebrekestelling op 16 augustus 2023 en het verstrijken van de wettelijke termijn, stelde het UWV een dwangsom van € 1442,- vast.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV nog steeds geen besluit heeft genomen. De rechtbank beveelt het UWV om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.

Verder veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht van € 371,- en proceskosten van € 437,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en is openbaar gemaakt op 13 maart 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en een dwangsom van € 100 per dag te betalen bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1003 AWB

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2024 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., te [plaats] , eiseres

gemachtigde: mr. C.L. Schuren,
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 20 mei 2022 waarbij een herbeoordeling is aangevraagd ten aanzien van [belanghebbende] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 20 mei 2022. Niet in geschil is dat de termijn waarbinnen het UWV moet beslissen op het verzoek om herbeoordeling inmiddels voorbij is. Eiseres heeft het UWV op 16 augustus 2023 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft het UWV aan eiseres een dwangsom van € 1442,- toegekend.
Welke beslistermijn moet aan het UWV worden opgelegd?
4. Omdat het UWV nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het UWV dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het UWV dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.

Welke dwangsom wordt aan het UWV opgelegd?

5. De rechtbank bepaalt dat het UWV een (rechterlijke) dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het UWV. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, het UWV de onder 4. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het UWV de onder 5 genoemde dwangsom wordt opgelegd.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding voor haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 437,50 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt het UWV op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat het UWV aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt het UWV tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan eiseres;
  • bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both , griffier op 13 maart 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.