ECLI:NL:RBZWB:2024:1753

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
10803936 _ MB VERZ 23-623
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen verkeersboete wegens ontbreken staandehouding

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 7 februari 2023 te Breda. Betrokkene stelde dat hij niet de gedraging had verricht en dat hij niet staande was gehouden, en vroeg om bewijs van de overtreding. Tevens gaf hij aan de boete niet te kunnen betalen vanwege een lopende afbetalingsregeling.

De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant dat hij vanwege andere werkzaamheden niet kon staande houden, onvoldoende was om af te zien van de vereiste staandehouding. Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder staande worden gehouden om een boete op te leggen, tenzij de identiteit niet anders kan worden vastgesteld.

De kantonrechter concludeerde dat de boete ten onrechte was opgelegd en vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie. Het beroep werd gegrond verklaard en de boete ingetrokken. Er is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens het ontbreken van een staandehouding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10803936 \ MB VERZ 23-623
CJIB-nummer : 2062 5422 5566 3070
uitspraakdatum : 19 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Zoete Inval te Breda op 7 februari 2023 om 23:17 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht en het boetebedrag te hoog is, gelet op de financiële situatie van betrokkene. Betrokkene stelt niet staande te zijn gehouden en wil graag bewijs zien van de gedraging. Voorts stelt betrokkene de sanctie niet te kunnen betalen en dat er al een maandelijkse afbetaalregeling is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zekerheid op nihil te stellen en het beroep gegrond te verklaren. Daartoe heeft de zittingsvertegenwoordiger het volgende aangevoerd. Betrokkene blijkt een maandelijkse draagkrachtregeling met het CJIB te hebben. Daarbij heeft betrokkene ook contact met een schuldhulpverlener. De zittingsvertegenwoordiger stelt dat er geen sprake is geweest van een staandehouding en de enkele verklaring van de verbalisant dat hij bezig was met andere werkzaamheden in verband met een NAC-wedstrijd, onvoldoende is om af te zien van een staandehouding.

Overwegingen

Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Naar het oordeel van de kantonrechter is de verklaring van de verbalisant dat hij andere werkzaamheden had in verband met een NAC-wedstrijd geen gegronde reden om van staandehouding af te zien. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.I. Beudeker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: