Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 22 februari 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 22 februari 2024;
- de e-mail van de moeder van 29 februari 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 29 februari 2024.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en telefonisch bijgestaan door een tolk in het Papiaments;
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
Wettelijk kader
- De kinderen groeien op in een omgeving waarin zij lichamelijke en emotionele veiligheid, geborgenheid en liefde ervaren;
- Moeder weet de veiligheid van de kinderen te waarborgen en is emotioneel en fysiek beschikbaar voor de kinderen;
- De kinderen worden gestimuleerd om zich zo optimaal mogelijk, binnen eigen mogelijkheden, te kunnen ontwikkelen;
- De traumabehandeling van [minderjarige 1] vindt doorgang en waar nodig wordt deze ook voor [minderjarige 2] gestart;
- Moeder is in staat, eventueel met ondersteuning vanuit netwerk en hulpverlening, om aan te sluiten bij de specifieke ontwikkeling van de kinderen;
- Moeder is in staat om adequaat te belonen en regels te bieden;
- Moeder krijgt ondersteuning bij het verwerken van haar vlucht naar Nederland/ onrust hieromheen en het leren omgaan met haar eigen problematiek (PTSS);
- Moeder is stabiel in haar emoties en weet deze op passende wijze te uiten;
- Moeder staat open voor hulpverlening, komt afspraken na en volgt adviezen op;
- Moeder heeft een steunend netwerk en heeft momenten waarop zij kan ontspannen.