Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op het trottoir op 4 november 2022. Hij voerde aan dat hij al 25 jaar op die plek parkeert zonder boete en dat het onduidelijk was dat parkeren daar verboden was, mede doordat een vergelijkbare straathoek met paaltjes was afgesloten. Ook gaf hij aan slecht ter been te zijn en geen hinder te veroorzaken.
De officier van justitie stelde dat de gedraging vaststaat en dat parkeren op het trottoir verboden is, maar erkende een schending van de hoorplicht en verzocht om matiging van de boete met 25%.
De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht is opgelegd, maar matigde deze tot nihil vanwege de langdurige praktijk zonder boete, de onduidelijke afscherming van de parkeerplek en het ontbreken van een waarschuwing. Het betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete voor parkeren op het trottoir is gematigd tot nihil en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.