Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op 26 november 2021 te Breda. Hij stelde beroep in tegen de boete, stellende dat hij het bord door weersomstandigheden over het hoofd had gezien en direct omkeerde na het herhalingsbord, zonder onveilige situatie te veroorzaken. Tevens verzocht hij rekening te houden met zijn persoonlijke financiële omstandigheden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar erkende dat de redelijke termijn was overschreden en dat de hoorplicht was geschonden, waardoor matiging van de boete op zijn plaats was. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststond en dat opzet niet vereist is voor het opleggen van de boete. Gezien de omstandigheden en de schendingen matigde de rechter de boete tot €50 plus administratiekosten.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en betrokkene krijgt het teveel betaalde bedrag terug. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete is gematigd tot €50 en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.