Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
via telefonisch horen.
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats];
7 maart 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 maart 2024 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1998, na een verzoek van de officier van justitie. Het verzoek betrof het opleggen van verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), vanwege een psychotische stoornis die leidt tot ernstig nadeel. Betrokkene deed afstand van zijn recht om gehoord te worden en was niet bereid deel te nemen aan de mondelinge behandeling.
De rechtbank baseerde haar oordeel op medische verklaringen, een zorgplan, bevindingen van de geneesheer-directeur en verklaringen van de behandelaar en begeleider. Betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen, waaronder schizofreniespectrumstoornissen, en vertoont zonder medicatie ernstig psychotisch en agressief gedrag. Er is sprake van zelfverwaarlozing, kwetsbaarheid voor verkeerde invloeden en een beperkte sociale kring.
De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene weigert medicatie te nemen. De verplichte zorg bestaat uit het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. De machtiging geldt voor twaalf maanden tot 7 maart 2025.
De beschikking werd mondeling gegeven door rechter Borm en schriftelijk uitgewerkt op 13 maart 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en beperkingen in vrijheid vanwege ernstig nadeel door psychotische stoornis.