ECLI:NL:RBZWB:2024:1684
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Dijkman
- Holierhoek
- Hendriks
- Rechtspraak.nl
Aanhouding verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag wegens positieve ontwikkelingen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om het ouderlijk gezag van de ouders over twee minderjarige kinderen te beëindigen en de voogdij aan de gecertificeerde instelling toe te wijzen. De kinderen verblijven sinds 2021 in een gezinshuis op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing, en de Raad baseert zijn verzoek op ernstige ontwikkelingsbedreigingen en het onvermogen van de ouders om binnen een aanvaardbare termijn voor de kinderen te zorgen.
De ouders erkennen hun problematiek, maar tonen volgens de rechtbank recente positieve ontwikkelingen, waaronder het verkrijgen van een stabiele woon- en leefsituatie, acceptatie van hulpverlening en het geven van emotionele toestemming voor het opgroeien van de kinderen in het gezinshuis. De Raad en de gecertificeerde instelling erkennen deze verbeteringen, hoewel zij nog mogelijkheden zien voor verdere samenwerking.
Gezien deze ontwikkelingen acht de rechtbank het nog te vroeg om het gezag te beëindigen en besluit zij de behandeling aan te houden tot een nieuwe mondelinge zitting vóór 21 september 2024. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn verlengd tot februari 2025, zodat de kinderen niet worden belast met een nieuwe zitting. De Raad en de gecertificeerde instelling worden verzocht tijdig schriftelijke standpunten en bezoekverslagen te overleggen ter voorbereiding van de volgende zitting.
Uitkomst: De rechtbank houdt het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag aan vanwege positieve ontwikkelingen bij de ouders en plant een nieuwe mondelinge behandeling vóór september 2024.