Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
21 augustus 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor een cliënt geboren in 1929, die lijdt aan een gevorderd stadium van dementie en ernstig verwaarloosd wordt. De cliënt werd in december 2023 opgenomen na een val en ernstige urineweginfectie, en vertoont desoriëntatie en verward gedrag. Tijdens de mondelinge behandeling gaf de cliënt aan niet ziek te zijn en zelfstandig te kunnen functioneren, terwijl de geriater en mentor de schrijnende thuissituatie en het ontbreken van adequate zorg bevestigden.
De rechtbank oordeelde dat de psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, verwaarlozing en brandgevaar. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar omdat de cliënt alle hulp afwijst en thuiszorg niet kan worden geboden. De opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van ziektebesef bij de cliënt, werd voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang. De machtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, met het oog op een passende zorgplek die beschikbaar is vanaf de volgende dag.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie en verwaarlozing.