Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
21 augustus 2023 tot 21 februari 2024.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
21 augustus 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De kinderrechter heeft op 13 februari 2024 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een gezinshuis te verlengen tot 21 augustus 2024. Deze beslissing is genomen na een mondelinge behandeling met gesloten deuren, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling (GI) aanwezig waren. De vader was verhinderd, maar stemde schriftelijk in met het verzoek.
De minderjarige verblijft sinds 28 augustus 2023 in het gezinshuis op basis van een eerdere machtiging. De GI verzoekt om verlenging van deze machtiging, omdat de minderjarige rust, veiligheid en stabiliteit nodig heeft om haar trauma’s te verwerken en zich te ontwikkelen. De minderjarige is aangemeld voor traumatherapie, die binnenkort zal starten. Zowel de moeder als de vader hebben hun instemming gegeven.
De moeder erkent de communicatieproblemen met de minderjarige en is bereid hieraan te werken. De minderjarige zelf ervaart stress en paniek en heeft momenteel geen behoefte aan contact met haar moeder. De kinderrechter stelt vast dat de onveilige opvoedingssituatie bij de moeder en haar partner de hoofdoorzaak is van de uithuisplaatsing. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in het gezinshuis wordt verlengd tot 21 augustus 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad.