Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
16 augustus 2024 en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds februari 2022 onder toezicht staat, is verlengd tot 16 augustus 2024. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging om een onderzoek naar de kind-eigenproblematiek te kunnen uitvoeren, wat vanwege wisselende houding van de ouders en beperkte hulpaanbieders nog niet is gerealiseerd.
De minderjarige heeft positieve ontwikkelingen doorgemaakt in spraak en taal, en ook de ouders hebben zich persoonlijk en in samenwerking verbeterd. De ouders wonen samen met de minderjarige en werken mee aan de hulpverlening, waarbij de moeder en vader aangeven dat gedwongen hulpverlening niet langer nodig is en zij voorkeur geven aan een vrijwillig kader.
De kinderrechter oordeelt dat ondanks de positieve ontwikkelingen het onderzoek noodzakelijk blijft om inzicht te krijgen in de problematiek en behoeften van de minderjarige. De ouders slagen er niet zelfstandig in het onderzoek te organiseren, mede door financiële en aanbodbeperkingen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd voor zes maanden met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, met de verwachting dat het onderzoek binnen deze periode wordt afgerond en een borgingsplan wordt opgesteld.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 16 augustus 2024 om het noodzakelijke onderzoek te kunnen uitvoeren.