ECLI:NL:RBZWB:2024:1561
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete parkeren buiten parkeervak
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens parkeren buiten een parkeervak op een specifieke locatie in Breda. Betrokkene stelde dat zij wel degelijk in een parkeervak had geparkeerd en dat de plek leek op een parkeerplaats zonder duidelijke bebording. Een Boa had eerder bevestigd dat het als parkeerplek kon worden gezien.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting werd bevestigd dat betrokkene over steentjes heen moest rijden om te parkeren en dat zij al jarenlang op die plek parkeerde zonder problemen. Tevens had zij de gemeente gevraagd om een bord te plaatsen ter verduidelijking.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd vaststaat en niet wordt betwist. Wel achtte de kantonrechter de omstandigheden aanleiding om de boete te matigen, omdat het niet duidelijk was aangegeven dat parkeren niet was toegestaan en betrokkene al lange tijd zonder boete op die plek parkeerde. De boete werd gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald. Het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete voor parkeren buiten het parkeervak wordt gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.