ECLI:NL:RBZWB:2024:1542
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot geheimhouding van stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de ontvanger van de Belastingdienst een verzoek ingediend om geheimhouding van bepaalde processtukken, namelijk delen van het hoorverslag en het bijbehorende vragenformulier, op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft besloten geen zitting te houden vanwege de aard van de geheimhoudingsprocedure en heeft de stukken inhoudelijk beoordeeld. De ontvanger stelde dat de weggelakte passages betrekking hadden op gegevens van derden die geen partij zijn in de zaak. De geheimhoudingskamer overwoog dat geheimhouding alleen kan worden toegestaan indien gewichtige redenen zwaarder wegen dan het belang van de belanghebbende bij onbeperkte kennisneming.
De rechtbank constateerde dat de gemachtigde reeds bekend was met de stukken, aangezien hij aan het hoorverslag had deelgenomen en het vragenformulier had ondertekend. Daarom was er geen aanleiding het verzoek tot geheimhouding te honoreren. De ontvanger kreeg de gelegenheid binnen vier weken schriftelijk te reageren op de consequenties van deze beslissing.
De beslissing werd genomen door rechter mr. drs. J.H. Bogert en griffier mr. R.J.M. de Fouw op 11 maart 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding van stukken wordt afgewezen omdat de gemachtigde al bekend was met de stukken.