Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
Primair: poging tot doodslag.
een gevangenisstraf van 3 jaar;
[slachtoffer]van
€ 4.665,32waarvan € 665,32 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade; vermeerderd met de wettelijke rente, voor een bedrag van € 4.000,00 vanaf 31 oktober 2021 en voor een bedrag van € 665,32 vanaf 31 januari 2024, tot aan de dag der voldoening;
€ 812,00;
€ 4.665,32te betalen; vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 31 oktober 2021 voor een bedrag van € 4.000,00 en vanaf 31 januari 2024 voor een bedrag van € 665,32, tot aan de dag der voldoening;
56 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;