ECLI:NL:RBZWB:2024:1417
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking parkeervergunningen vrij van kenteken
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 februari 2024 tot intrekking van de parkeervergunningen 'vrij van kenteken' voor de kern Veere en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro besloten de zitting achterwege te laten.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed bestaat, dat wil zeggen dat de uitspraak in het beroep niet kan worden afgewacht omdat de gevolgen van het besluit anders niet te herstellen zijn. Verzoekers woning ligt in een zone waar parkeren alleen met vergunning is toegestaan, met uitzondering van betaalde parkeerplaatsen. Bewoners kunnen maximaal vier parkeervergunningen op kenteken krijgen en één bezoekersparkeervergunning via de Visite-app.
Verzoeker stelt dat hij financieel nadeel ondervindt door het intrekken van de vergunning en vreest dat het maximale tegoed in de Visite-app op 1 juni 2024 is benut. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit financiële belang geen spoedeisend belang oplevert dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Er is geen sprake van een financiële noodsituatie. Bovendien is niet gemotiveerd dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsaccommodatieparkeervergunning via de Accommodatie-app.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van parkeervergunningen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.