ECLI:NL:RBZWB:2024:1383
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.J.G. Eijssen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning te Oosterhout
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Oosterhout, stellende dat de waarde maximaal €426.000 zou moeten zijn. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde van €448.000, gebaseerd op een taxatierapport van een deskundige.
De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld en of de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de gebruikte grondstaffel, indexeringscijfers en KOUDV-factoren. De rechtbank oordeelde dat de informatie op de website van de heffingsambtenaar beschikbaar was en dat er geen schending was van artikel 40 Wet Pro WOZ.
De waarde was vastgesteld met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen waren gebruikt die voldoende vergelijkbaar waren. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in voorzieningen en oppervlakte. Het door belanghebbende ingebrachte taxatierapport was onvoldoende onderbouwd om de vastgestelde waarde te weerleggen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB, en wees het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.