Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
22 februari 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 februari 2024 een beschikking gegeven inzake een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van cliënt met een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
Cliënt verzet zich verbaal tegen opname en verblijf in de huidige verpleeginstelling en wenst overplaatsing naar een andere locatie. Diverse deskundigen, waaronder een behandelaar, verpleegkundig specialist en mentor, bevestigen het verbaal verzet en erkennen dat cliënt zorg en structuur nodig heeft vanwege ernstige cognitieve achteruitgang en bijkomende psychiatrische problematiek.
De rechtbank stelt vast dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen, waaronder levensgevaar, verwaarlozing en ontregeld gedrag. De zorgbehoefte sluit beter aan bij de Wet zorg en dwang (Wzd) dan bij de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Hoewel het CIZ een machtiging voor vijf jaar verzoekt, acht de rechtbank een termijn van één jaar passend om cliënt perspectief te bieden en stress door herhaalde mondelinge behandelingen te beperken. De situatie wordt na een jaar opnieuw getoetst, waarbij ook wordt bezien of cliënt zich beter thuis voelt in de huidige of een andere verpleeginstelling.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor cliënt met dementie wordt verleend voor één jaar.