Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
1: op 14 april 2021 samen met een ander valsheid in geschrift heeft gepleegd door een valse arbeidsovereenkomst op te maken;
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 1] een bedrag van € 9.600,- heeft witgewassen. Dit is gebeurd doordat verdachte aan [medeverdachte 1] een bedrag van € 9.600,- heeft betaald om vervolgens aan haar uit te betalen als loon overeenkomstig de onder feit 1 genoemde valse arbeidsovereenkomst. Dit blijkt uit de administratie van [B.V.] , het OVC-gesprek op 14 april 2021, de bevindingen op 15 april 2021 en de betalingen aan verdachte.
De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken, omdat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte geld aan [medeverdachte 1] heeft betaald. Voor de betalingen die verdachte van [medeverdachte 1] heeft ontvangen, heeft verdachte ook daadwerkelijk werkzaamheden verricht.
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, omdat niet vastgesteld kan worden dat het geldbedrag geen legale herkomst heeft. Zij heeft in een vroeg stadium verklaard dat het geld niet aan haar toebehoort. Het geldt behoort toe aan [medeverdachte 2] en is afkomstig uit legale bronnen.
Feit 1: valsheid in geschrift
Feit 2: witwassen € 9.600,-
Feit 3: voorhanden hebben vuurwapen
Feit 4: witwassen ongeveer € 13.000,-
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
€ 9.600,- mogelijk te maken. Het witwassen van gelden en goederen vormt een ernstige bedreiging voor de legale economie. Met het witgewassen geld wordt bovendien vaak ander strafbaar handelen gefaciliteerd. Daarnaast worden door witwassen vaak onderliggende strafbare feiten dan wel illegale handel afgedekt en wordt de mogelijkheid gecreëerd van een geldelijke beloning voor strafbare gedragingen.
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware
het echt en onvervalst;
wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van
categorie III;
een gevangenisstraf van 8 maanden;