ECLI:NL:RBZWB:2024:1346

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 februari 2024
Publicatiedatum
4 maart 2024
Zaaknummer
RK 22-018672
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot behandeling klaagschrift inzake buitenlands beslag

Klaagster verzocht de rechtbank om opheffing van een beslag op een geldbedrag van € 2.400,00 en teruggave daarvan, stellende dat zij eigenaar is van het geld. Het beslag was gelegd op basis van een Belgische titel en door Belgische autoriteiten in het kader van een Belgische belastingschuld.

De officier van justitie stelde dat de Nederlandse rechtbank niet bevoegd is om over dit klaagschrift te oordelen omdat het beslag uitsluitend op Belgische bevoegdheden berust en het geld is gebruikt voor het aflossen van een Belgische belastingschuld. De raadkamer heeft de stukken bestudeerd en vastgesteld dat het beslag in België is gelegd en buiten het Nederlandse strafrechtelijke onderzoek valt.

De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van klachten over het beslag voorbehouden is aan de Belgische autoriteiten en verklaarde zich daarom onbevoegd tot afdoening van het klaagschrift. De beslissing werd genomen door drie rechters, waarbij één rechter niet medeondertekende. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot behandeling van het klaagschrift over het Belgische beslag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk.nummer: 22-018672
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klaagster]
geboren op [geboortedag] 1966
wonende te [woonadres]
hierna te noemen: klaagster.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de stukken van de Belgische autoriteiten waaruit volgt dat er op 21 augustus 2020 een huiszoeking heeft plaatsgevonden waarbij een bedrag van in totaal € 110.550,00 in beslag is genomen;
  • het klaagschrift, ingediend op 25 augustus 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie;
  • het bericht van officier van justitie mr. Smale van 23 januari 2024 en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 14 februari 2024. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. R.C.P. Rammeloo en klaagster.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag op een geldbedrag van € 2.400,00 met last tot teruggave aan klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster de eigenaar is van dit geldbedrag.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de Nederlandse rechtbank niet over het klaagschrift kan oordelen, omdat het geldbedrag op een Belgische titel, door de Belgische autoriteiten in beslag is genomen en het geldbedrag is gebruikt voor het aflossen van een Belgische belastingschuld van [naam] .

2.De beoordeling

Uit de informatie van de officier van justitie van 23 januari 2024 en het raadkamerdossier volgt dat het beslag waarover klaagster klaagt in België is gelegd op basis van uitsluitend Belgische bevoegdheden. Tijdens het uitvoeren van een doorzoeking op verzoek van het Nederlands Openbaar Ministerie hebben Belgische opsporingsambtenaren geld aangetroffen en het ambtshalve voor eigen doeleinden in beslag genomen. In het Nederlands verzoek was ook niet expliciet om inbeslagname van geld gevraagd. Het beslag valt daarmee buiten het Nederlandse strafrechtelijke onderzoek waarvoor de huiszoeking is verricht. De beoordeling van klachten over het beslag is voorbehouden aan de Belgische autoriteiten. De raadkamer van de rechtbank is dan ook niet bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart zichzelf niet bevoegd in de afdoening van het klaagschrift.
Deze beslissing is op 28 februari 2024 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter,
mr. L.W. Louwerse en mr. E.B. Prenger, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier.
Mr. Louwerse is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).