Uitspraak
[de vader] ,hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres;
[de oma (mz)] ,hierna te noemen: de oma moederszijde (oma), wonende te [woonplaats] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 februari 2024 het verzoek van een minderjarige moeder, geboren in 2006, om meerderjarig verklaard te worden op grond van artikel 1:253ha BW. De moeder is zwanger van een kind met een uitgerekende datum in 2024 en wenst het gezag over het kind uit te oefenen. Het gezag wordt momenteel uitgeoefend door haar oma.
Tijdens de mondelinge behandeling op 8 februari 2024 waren de moeder, haar advocaat, de vader, de oma en een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. De Raad bracht geen bezwaar tegen het verzoek naar voren. Uit de stukken en de zitting bleek dat de moeder zich goed voorbereidt op de komst van het kind, met aandacht voor huisvesting, opvang en financiën. De begeleidster van een zorginstelling bevestigde dat de moeder verantwoordelijk en weloverwogen handelt.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de moeder en het ongeboren kind is om de moeder meerderjarig te verklaren vanaf de dag van geboorte van het kind. Hiermee verkrijgt zij van rechtswege het gezag over het kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat de meerderjarigverklaring direct bij geboorte van kracht wordt. De griffier wordt verzocht de beslissing in het gezagsregister in te schrijven.
Uitkomst: De moeder wordt meerderjarig verklaard vanaf de geboorte van haar kind en verkrijgt daarmee het gezag over het kind.