Uitspraak
2.De verzoeken
primair: toevertrouwing van de minderjarigen aan hem;
subsidiair: vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (co-ouderschapsregeling).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant hebben partijen een verzoek ingediend tot voorlopige voorzieningen in het kader van hun echtscheidingsprocedure. De vrouw verzocht onder meer om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en toevertrouwing van de minderjarige kinderen aan haar, terwijl de man een soortgelijk verzoek had, met een subsidiair verzoek tot co-ouderschapsregeling.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 januari 2024 hebben partijen gebruikgemaakt van een piketmediator, waarna zij overeenstemming bereikten over de zorg voor de minderjarigen en het gebruik van de woning. Deze afspraken zijn vastgelegd in een ouderschapsplan dat door beide partijen is ondertekend.
Naar aanleiding van deze overeenstemming hebben partijen hun eerdere verzoeken grotendeels ingetrokken, waardoor alleen het verzoek tot aanhechting van het ouderschapsplan aan de voorlopige voorziening overbleef. De rechtbank heeft dit verzoek gehonoreerd en bepaald dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking. De overige verzoeken zijn afgewezen wegens intrekking. De rechtbank wijst erop dat deze voorlopige maatregel geldt voor de duur van de echtscheidingsprocedure en adviseert partijen het ouderschapsplan ook in de bodemprocedure te laten aanhechten.
Uitkomst: Het ouderschapsplan wordt aangehecht aan de voorlopige voorziening; overige verzoeken worden afgewezen wegens intrekking.