Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens 11 km per uur te hard rijden buiten de bebouwde kom op de N253 Nieuwstraat te Oostburg op 3 april 2022. Betrokkene stelde in beroep dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd en dat de boete daarom niet aan hem als kentekenhouder opgelegd kon worden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter stelde vast dat betrokkene een geldige huurovereenkomst had overgelegd die de verhuur van het voertuig aantoonde. Hierdoor viel de boete niet onder de standaardregel dat de kentekenhouder verantwoordelijk is als de bestuurder niet direct vastgesteld kan worden.
De kantonrechter stelde ook de zekerheidstelling van € 105,- op nihil wegens proceseconomische redenen en besloot de boete en de beslissing van de officier van justitie te vernietigen. Het betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd wegens verhuur van het voertuig ten tijde van de overtreding.