Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- het verschil tussen € 600,00 en de werkelijk gemaakte kosten voor afvoer van kunstgras indien deze lager uitgevallen zijn,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen hadden een mondelinge huurovereenkomst voor een woonruimte en twee weides. De huurovereenkomst werd opgezegd per 1 april 2022. Na beëindiging ontstond een geschil over de eindafrekening, waarbij huurder stelde onverschuldigd bedragen te hebben betaald en verhuurder een huurprijsverhoging had doorgevoerd die niet aan de wettelijke vereisten voldeed.
De kantonrechter behandelde de diverse kostenposten afzonderlijk, waaronder huur van de weides, stroom- en waterverbruik, en kosten voor het verwijderen van kunstgras. De huurprijswijziging per 1 januari 2022 werd niet toegestaan omdat deze niet schriftelijk was aangekondigd en de verhoging te hoog was.
Uiteindelijk werd vastgesteld dat verhuurder een bedrag van € 322,90 aan huurder moet terugbetalen. De gevorderde rente werd toegewezen vanaf de dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten werden beperkt tot het wettelijke tarief. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verhuurder moet € 371,34 aan huurder betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 juli 2023.