Uitspraak
1.[gedaagde 1] V.O.F.,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de producties 11 en 12 van [eiseres] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De werknemer is al ruim 35 jaar werkzaam bij een familiebedrijf en werd op 3 januari 2023 arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts adviseerde re-integratie met aangepaste taken. De werknemer vorderde in kort geding wedertewerkstelling om te kunnen re-integreren.
De werkgever, bestaande uit de broer en zoon van de werknemer, verweerde zich met het standpunt dat het arbeidsconflict tussen partijen een terugkeer op de werkvloer onmogelijk maakt. De zoon verscheen niet in de procedure, waardoor verstek tegen hem werd verleend.
De rechtbank constateerde dat het conflict ernstig is geëscaleerd, mede door acties van beide partijen, waaronder communicatie via WhatsApp en verklaringen van werknemers tegen de werknemer. Gezien de kleine omvang van het bedrijf en de verstoorde verhoudingen is re-integratie in spoor 1 momenteel niet haalbaar.
De kantonrechter wees de vordering af en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Partijen worden aangespoord zich in te spannen voor verbetering van de verhoudingen en re-integratie in spoor 2.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen vanwege een ernstig arbeidsconflict tussen werknemer en werkgevers.