ECLI:NL:RBZWB:2024:1025
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering aftrek specifieke zorgkosten en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2019 vanwege de weigering van aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder farmaceutische hulpmiddelen en een luchtreinigingsapparaat. De inspecteur handhaafde de aanslag en wees aftrek van bepaalde kosten af omdat deze niet aan de wettelijke voorwaarden voldeden.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur tijdens de beroepsfase de aftrek van een deel van de farmaceutische hulpmiddelen terecht heeft geaccepteerd, waardoor het belastbaar inkomen werd verlaagd. De overige kosten, zoals die voor het luchtreinigingsapparaat, Iberogast en Paracetamol, werden niet als aftrekbaar erkend omdat niet was voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium of het voorschriftvereiste.
Verder stelde belanghebbende dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld door stukken zoek te laten raken, maar de rechtbank vond dit niet voldoende om het zorgvuldigheidsbeginsel te schenden. Wel werd een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toegekend vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van 32 maanden in bezwaar- en beroepsfase.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde de aanslag vast op een lager belastbaar inkomen, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: De aanslag IB/PVV 2019 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 10.155 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 1.000.