Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
- van de zijde van Laurentius, mevrouw [makelaar 1] en mevrouw [makelaar 2] , verhuurmakelaars, bijgestaan door mr. Remmelts,
- [gedaagde] in persoon, bijgestaan door mr. Kerkhof voornoemd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Laurentius heeft een appartement verkocht aan de gedaagde met een contractuele verplichting tot zelfbewoning en een verkoopverbod binnen een jaar. Laurentius stelt dat de gedaagde de woning niet zelf heeft bewoond en vordert betaling van een boete van €37.000 en buitengerechtelijke kosten. De gedaagde betwist dit en stelt dat hij er vrijwel altijd 's nachts verbleef.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde onvoldoende concrete feiten heeft aangevoerd om te bewijzen dat hij de woning zelf bewoonde. Laurentius heeft dit onderbouwd met een verklaring en gegevens van een woningadvertentie. De rechtbank gaat daarom uit van niet-naleving van de zelfbewoningsplicht en acht de boete in beginsel toewijsbaar.
Echter, de rechtbank vindt matiging van de boete op grond van redelijkheid en billijkheid op zijn plaats, omdat Laurentius geen schade heeft geleden, het geschil ontstond door een verzoek van de gedaagde om eerder te mogen verkopen, en het appartement uiteindelijk niet binnen een jaar werd doorverkocht. De boete wordt gematigd tot €5.000 plus rente, en de buitengerechtelijke kosten tot €625 plus rente. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank matigt de contractuele boete tot €5.000 en veroordeelt de gedaagde tot betaling hiervan en de buitengerechtelijke kosten.