ECLI:NL:RBZWB:2023:9558
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onrechtmatige opeenvolging van verkeersboetes voor geslotenverklaring
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het negeren van een geslotenverklaring (bord C12) op de Houtmarkt in Breda op 24 november 2020. Betrokkene stelde dat het voertuig zonder haar wil was gebruikt door haar moeder, aan wie ze het had uitgeleend. Zij ontving meerdere boetes voor dezelfde overtreding in een korte periode en betaalde de schulden om haar moeder te helpen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat het opleggen van meerdere boetes vóór de verzending van de eerste boete in strijd is met het beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen. Dit kader bepaalt dat een betrokkene eerst op de hoogte moet zijn gesteld van de eerste boete om zijn gedrag aan te passen.
Omdat de eerste boete pas op 10 december 2020 werd verzonden en de overtredingen plaatsvonden tussen 23 en 26 november 2020, was het opleggen van de latere boetes onrechtmatig. De kantonrechter vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onrechtmatige opeenvolging van boetes.