Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Huijsmansstraat te Tilburg op 20 april 2022 om 19:57 uur. Betrokkene, toen 16 jaar en scholier met een kleine bijbaan, voerde aan dat het boetebedrag te hoog was gezien zijn financiële situatie.
De officier van justitie verklaarde het beroep tegen de boete eerder al ongegrond. Betrokkene stelde daarop beroep in bij de kantonrechter, die de zaak behandelde op 21 november 2023. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting.
De kantonrechter stelde vast dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Er was geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen. Ook zag de kantonrechter geen grond om de boete te matigen ondanks de financiële omstandigheden van betrokkene.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep ongegrond en bevestigde de boete. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.