Uitspraak
1.De procedure
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 99,50
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder verhuurt sinds december 2019 een woning en de verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens vermeend ontbreken van het hoofdverblijf in de woning en een huurachterstand.
De verhuurder baseert haar vordering op huisbezoeken, meldingen van omwonenden en constateringen in de woning die zouden wijzen op het ontbreken van bewoning. De huurder betwist dit en stelt dat zij met haar kinderen in de woning woont.
De rechtbank oordeelt dat de verhuurder onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd om het ontbreken van het hoofdverblijf te bewijzen. De onderzoeken en meldingen zijn onvoldoende gedocumenteerd en deels tegenstrijdig. Daarnaast is de huurachterstand erkend, maar deze is van geringe omvang en rechtvaardigt geen ontbinding.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van de huurachterstand minus het reeds onherroepelijk toegewezen deel, wijst de overige vorderingen af en veroordeelt de verhuurder in de proceskosten van de huurder.
Uitkomst: Ontbinding en ontruiming afgewezen; huurder moet beperkte huurachterstand betalen en verhuurder draagt proceskosten.